Ingedeeld onder: Filosofie
Charles Darwin (1809-1882) merkte als eerste op dat emoties door mensen van verschillende culturen op dezelfde wijze worden uitgedrukt.
![]()
Darwins inzichten over baby’s en kinderen (inclusief prachtige waarnemingen van het glimlachen en pruilen van zijn eigen baby), over geestelijk gestoorden, katten, honden en apen, en over de manier waarop mensen in verschillende culturen hun gevoelens tot uitdrukking brengen, hebben in de moderne wetenschap hun geldigheid nog niet verloren.
Later onderzoek naar gelaatsexpressies van o.a. Ekman leek Darwins opvatting grotendeels te ondersteunen, wat betreft de uiting van basale emoties als woede, angst, afkeer (walging), verrassing en blijheid. In verband hiermee wordt aangenomen dat gelaatsexpressies voor een groot deel aangeboren zijn. (Het uiten van gevoelens in een sociale context is echter mede afhankelijk van bepaalde regels die cultuurbepaald zijn. )
Ingedeeld onder: Filosofie
Is het mogelijk dat je aan de buitenkant kunt zien wat iemand vanbinnen voelt? Deze vraag houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Zo noemde Arthur Schopenhauer het gezicht het ‘visitekaartje van de geest‘ en Wolfgang Goethe stelde voor om het onderscheid tussen expressie en gevoel te laten vallen: ‘Niets is binnen, niets is buiten, want de binnen- is de buitenkant.’
Maar het werk van Charles Darwin is, ruim honderd jaar nadat het werd geschreven, nog steeds niet geëvenaard. In de derde editie van ” Het uitdrukken van emoties bij mens en dier” is Darwin meer dan alleen een nauwgezette waarnemer, hij zocht ook naar verklaringen. Ten aanzien van elke gevoelsuitdrukking stelt én beantwoordt hij de vraag waarom juist die bepaalde beweging samengaat met die speciale emotie. Waarom tuiten we onze lippen als we ons concentreren in plaats van ze samen te knijpen?
Ook komen er ingewikkeldere zaken naar boven, leren we hoe we ons moeten uiten als we kwaad, verdrietig of gelukkig zijn of dat dergelijke ‘kennis’ aangeboren is. Zijn gelaatsuitdrukkingen, evenals gesproken woorden in verschillende talen, steeds weer anders, of zijn ze voor alle mensen gelijk, om het even wie die mensen zijn, waar ze wonen, in welke cultuur ze opgroeien of welke taal ze spreken? Darwin stelt dat onze gevoelsuitdrukkingen universeel zijn (aangeboren i.p.v. aangeleerd) en dat ze het resultaat van onze evolutie zijn.
Darwin stelde ten aanzien van het uitdrukken van emoties een vraag die weinig andere wetenschappers in of na zijn tijd hebben gesteld. De meeste andere onderzoekers op dat gebied richten zich op de ‘welke’-, ‘hoe’- of ‘wanneer’-vraag. Welke uitdrukking zien we bij welke emotie? Hoe komen ze tot stand? Wanneer treden ze op? Darwin hield zich hier ook mee bezig, maar was een van de eersten en lange tijd de enige wetenschapper die de ‘waarom’-vraag stelde: Waarom treden uitdrukkingen in een speciale vorm op?