HET ONZICHTBARE ACHTER HET ZICHTBARE


Hoe is ons gezicht zoals we het nu kennen ontstaan?
mei 4, 2008, 3:10 pm
Filed under: Oorsprong van het gezicht

Het gezicht dat je in de spiegel ziet heeft zijn oorsprong op de bodem van de zee. Hoewel we ons gezicht vanzelfsprekend vinden, is het relatief gezien een recente uitvinding. Het grootste deel van de geschiedenis van onze planeet waren organismen namelijk gezichtsloos. Als we de ontwikkeling van die eerste organismen tot onze eigen soort volgen blijkt die, zoals iedere evolutiegeschiedenis, te wemelen van duizelingwekkende jaartallen en onuitsprekelijke namen van al lang uitgestorven organismen. Maar ze vormen vandaag allemaal een ‘deel van ons’, want hun trekken waren de voorlopers van onze gelaatstrekken.

De wereld zag er 580 miljoen jaar geleden heel anders uit. Het grootste deel van de aarde was bedekt met water. Onder het golvende water zweefden allerlei gezichtsloze weefselzakken zonder vorm of benige structuur. In deze oersoep waren alle dieren een soort van voedselverzamelende zakken. Ze hadden geen motorische zenuwen en waren dus niet in staat zich zelfstandig voort te bewegen. Ze kwamen met voedsel in aanraking en namen het bijna per ongeluk op. Op grond van fossielen weten we dat ze erg veel leken op de moderne sponzen, kwallen en zeeschedes. Deze dieren, die in doorsnede varieerden van niet meer dan 1 centimeter tot 1 meter, dreven met de stroming, zonder gezicht om hen te vertellen in welke richting ze gingen.

Visachtige trekken

Op 15 november van ons evolutiejaar verscheen er een organisme dat Pikaia heette. Het leefde 520 miljoen jaar geleden op de zeebodem. Pikaia was tamelijk uitzonderlijk omdat het, anders dan alle andere zeedieren, aan één kant een opening had. Die eenvoudige opening was een primitieve mond die water kon opnemen en daar voedseldeeltjes uit kon filteren. Deze wijze van voedselopname was efficiënter dan alle vorige. Het dier was minder passief dan zijn voorouders; het kon voedsel opzuigen hetgeen betekende dat het relatief stijlvol dineerde.


Pikaia lijkt misschien onbeduidend en van weinig belang voor ons, maar voor de bacteriën waarmee het dier zich voedde zal die gapende mondopening behoorlijk angstaanjagend zijn geweest- als ze maar ogen hadden gehad om die te zien. Maar ogen waren nog niet uitgevonden. Het gezicht zoals wij dat kennen begon met een mond. En Pikaia is de meest eerbiedwaardige voorloper van ons gezicht

In het evolutiejaar ontstond ook de conodont. Zij leek enigszins wat op een aaltje. Dit wezen was misschien in staat om Pikaia te zie want ze had twee gebieden met lichtgevoelige cellen rond haar mondopening om haar naar haar prooi te leiden. Dus de conodont was het eerste organisme met twee ‘ogen’. Haar oogballen bevonden zich in een kraakbeenring en hadden een lens en een pupil. Deze primitieve, uitpuilende ogen stelden haar in staat om donkerder, dichter bevolkte gedeelten in het water te onderscheiden. Ze kon zich op eigen kracht naar daar begeven en eenmaal daar aangekomen maakten de vijftien primitieve tanden op haar tong korte metten met de prooi.

Toen dit soort schepsel zich eenmaal door het water konden voortbewegen, gingen zij op zoek naar andere leefgebieden. Ze hadden steeds meer informatie over hun nieuwe omgeving nodig om voedsel op te kunnen sporen. Er begonnen zich rudimentaire zintuigorganen te ontwikkelen om ze te helpen hun prooi te ruiken en te horen, maar ook om predators te ontwijken. Ze ontwikkelden primitieve oren- ter zijde van ogen en mond, gevoelig voor veranderingen in de waterdruk. Dit betekent dat er in deze fase van de evolutie vissen zijn die kunnen eten, zien, bijten, ruiken en horen.

Toen ontstond er een neus. Sacambapsis was tien centimeter lang en bedekt met beschermende schubben, zoals een vis. Hij had een spleetvormige mondopening en op de bovenrand daarvan twee kleine kieuwen om te ademen. Hij kon voedsel in het water ruiken en doorgaan met ademen terwijl hij at.

En toen kwam de kaak. Deze grote stap voorwaarts vond 430 miljoen jaar geleden plaats. Het klinkt niet speciaal maar tot dan toe waren deze waterdieren niet in staat geweest om hun mondopening te sluiten of te voorkomen dat er voedsel ontsnapte. Acanthodes was een vis met een beweeglijke kaak. Ze kon bijten en haar levenswijze verschilde sterk van die van onze vroegste voorouders. Ze joeg achter haar voedsel aan en ontleedde het vervolgens met een nauwkeurige efficiëntie.

Deze vissenfase van onze vroege evolutie lijkt zo enorm lang geleden dat u zich waarschijnlijk afvraagt hoe die van belang kan zijn voor het huidige menselijke gezicht. Opmerkelijk is echter dat ons voormalige bestaan in het water nog steeds aanwezig is: tijdens de ontwikkeling van de foetus in de baarmoeder ontstaan langs weerszijden van onze hals kieuwspleten die zich afsluiten voordat we geboren worden.

Op deze manier belanden de voornaamste gezichtsorganen geleidelijk op de ons vertrouwde plaats. Samen met de mond ontstonden de andere gelaatstrekken die helpen bij het verzamelen van voedsel: een neus om te ruiken waar het zich bevindt en er zeker van te zijn dat het vers is; ogen om de prooi te zien; en vervolgens een aantal verfijningen als kaken en tanden om het voedsel te vermalen.

Alles gebeurde door natuurlijke selectie: het organisme van het gezicht dat het efficiëntst voedsel opnam overleefde zijn concurrenten. Maar als een van de bizarre zintuigen van de organismen die 520 miljoen jaar geleden in de zee rondzwommen meer succes hadden gehad dan degene hierboven beschreven dan had ons gezicht er misschien helemaal anders uitgezien.

Dit verhaal doet ons ook beseffen wat een gezicht is. Welke betekenissen het vandaag de dag ook voor ons heeft, de geschiedenis van het menselijk gezicht herinnert ons eraan dat het eerst en vooral is ontstaan om ons beter in staat te stellen anderen organismen op te eten. Na al die evolutionaire moeite lijkt genieten van ons voedsel wel het minste dat we kunnen doen.

Toen nam het verhaal van ons gezicht een iets herkenbaarder wending. We gingen het water uit. Acanthostega zette voet aan wal. Zijn hoofd leek op dat van een vis, maar het was voorzien van stevige ledematen en kon zich op het droge verplaatsen. Nog belangrijker, het had kleine neusgaten om te ademen. Dit opende een hele wereld van evolutionaire mogelijkheden. Lucht bevat veel meer zuurstof dan water; het is daarom gemakkelijker om energie te krijgen uit de lucht. Dus was het heel verstandig van onze voorouders om aan land te klauteren.


Eeuwenlang werden verschillende landbewonende reptielen groter en sterker.
Sommige waren reusachtig groot, maar hun kaken waren stijf en nogal onbeweeglijk. Zo konden ze nauwelijks expressief zijn geweest. Tot de komst van Dimetrodon, dit grote dier, dat geen dinosauriër was, had een massieve kaak met twee verschillende typen tanden: een stel om te bijten en een stel om het voedsel te verscheuren. Zij was in staat tot een primitieve vorm van kauwen. Het klinkt niet wereldschokkend maar het is een kritieke fase in de ontwikkeling van ons gezicht: uit deze Dimetrodon met een flexibelere mond evolueerden uiteindelijk de zoogdieren, en wij.

Sommige van de afstammelingen van deze Dimetrodon, Megazostrodon genaamd, zij onze spitsmuisachtige voorouders, zij bleven zich verder ontwikkelen en profiteerden optimaal van het beschikbare voedsel. Ze begonnen overdag voedsel te zoeken en klommen ook de bomen in.

Ze werden groter en sterker. En toen verschenen de eerste primaten. Aegyptopithecus had het formaat van een kleine kat en schijnt het hoogst ontwikkelde en meest intelligente organisme van die tijd geweest te zijn. Zij is de voorouder van alle mensapen, inclusief de chimpansees en de mens.

Het verhaal begint nu zeer bekent te worden. Naarmate de mensapen verder evolueerden, werd de schedel groter en kreeg hij een duidelijk menselijke vorm. De enorme kaken en de verdikking boven de wenkbrauwen ter ondersteuning van de kaak tonen duidelijk dat de belangrijkste activiteit van het gezicht bij de mensapen en vroege mensen nog steeds bijten en kauwen was. Tegenwoordig is ons DNA voor 98 procent identiek aan dat van de chimpansees, maar ondanks die nauwe verwantschap zijn er nog grote verschillen. In de loop van de evolutie heeft het menselijk gezicht een heel eigen vorm gekregen. Als wij ‘onszelf’ uit deze periode van onze evolutie nu zouden tegenkomen, zouden we in een gezicht kijken das ons griezelig vertrouwd is.


Geef een reactie so far
Plaats een reactie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: